Rol van de docent

De leraar is onontbeerlijk voor het creƫren van een pedagogisch klimaat waarin creatief denkvermogen zich in kinderen en jong-volwassenen kan ontwikkelen. Centraal daarin staan vier pedagogische uitgangspunten; (1) stimuleren van een nieuwsgierige en vragende houding; (2) verbindingen maken die het leren relevant maken; (3) toelaten van en zoeken naar vernieuwing en (4) de leerling autonomie geven bij het eigen groei- en ontwikkelingsproces.

De docent is de coach die de creativiteit in het kind laat ontkiemen, in zijn kracht zet en de creativiteit bevordert door het te laten zoeken naar zijn eigen talent, te voeden met inspiratie, te prikkelen en verwonderen.
De docent zorgt voor kruisbestuivingen met de kunsten en de cultuur, waardoor verbindingen worden gelegd. Door te praten, luisteren, communiceren met elkaar waardoor het kind een bredere blik krijgt op de werkelijkheid.
Alle dingen die zo zijn afgeleerd de laatste tijd worden weer in de schijnwerpers gezet. Zo kan empathie aanleren een groot goed zijn. Praten, reflecteren en filosoferen is belangrijk. Daar waar de docent hetzelf niet kan zoekt hij voor kruisbestuiving van buitenaf.
Ieder kind is uniek en heeft zijn eigen talent. Vandaaruit kan het beter groeien en komt het beter in zijn kracht te staan. Kijken en praten en het oor delen en inleven in kunst kan daar bij helpen. Daarmee bevordert de creativiteit. De docent leert te laten groeien in plaats van te snoeien (toetsen).